Translate


Het nieuwste boek van
Orchida: Azijn in mijn aderen

coverazijninmijnaderen

Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon

De Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon kent drie categorieën, namelijk goud, zilver en brons en is in 1822 ingesteld. Je kunt in aanmerking voor een Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon als een menslievende daad hebt verricht de kenmerken draagt van moed, beleid en zelfopoffering.
Na de Militaire Willems-Orde is de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon de hoogste dapperheidsonderscheiding in ons land. In de rangorde komt de Erepenning nog boven de Orde van de Nederlandse Leeuw en de orde van Oranje-Nassau. De Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver en brons staat wat lager in de Draagvolgorde.
 
Personen die onderscheiden zijn met de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon

arts luitenant-ter-zee Wijnand van den Berg
boordwerktuigkundige sergeant-majoor Jan Lely
heliredder matroos Marcel Bedeke
Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver
Mei 2008
De vijf helikopterbemanningsleden van het Search and Rescue squadron 7 van de Koninklijke Marine
slaagde erin met een helikopter tijdens een heftige storm twee zwaargewonde opvarenden, de kapitein en de stuurman, van een Iraans containerschip te halen. Na tegenslag keerden ze enkele
keren terug om de actie te voltooien, terwijl de weersomstandigheden steeds slechter werden. Het schip was op drift geraakt in een vliegende storm op 21 december 2003 op de Noordzee.
De twee werden opgetakeld omdat de helikopter niet kon landen. Beide opvarenden waren door de zware zeegang ernstig gewond. Ze zijn door vasthoudend en heldhaftig optreden van de vier marinemannen en één vrouw geëvacueerd en naar een ziekenhuis op de vaste wal gebracht. Minister van Middelkoop speldde hen de onderscheidingen op. (ANP/Defensiekrant)


Martin Vos
Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in brons (postume toekenning)
Oktober 1982
Huizen
De noodlanding van een marinevliegtuig op de Atlantische Oceaan kostte 28 jaar geleden het leven van de 26-jarige co-piloot Martin Vos. (Door te landen op het water werd voorkomen dat het vliegtuig op een woonwijk zou neerstorten: noot redactie). Een bizarre reeks tegenvallers resulteerde die 15de januari 1981 in het verongelukken van Martin Vos. Zo viel hij tijdens deze verkenningsvlucht boven de Atlantische Oceaan in voor een zieke collega. De Breguet 1150 Atlantic V255 van de Marine Luchtvaartdienst moest ten noordwesten van Ierland een Russisch smaldeel met een vliegdekschip schaduwen. Een op hol geslagen hoogteroer dwong echter eerste piloot Gert Ekhart en co-piloot Martin Vos (na 3,5 uur vliegen) tot een 'ditch', een noodlanding op het water. Ekhart had deze lastige klus al een keer geklaard, acht jaar eerder, nota bene met hetzelfde toestel. De Breguet raakte met een enorme klap het wateroppervlak, waardoor beide vleugels afbraken. De twaalf bemanningsleden wisten uit het zwaar beschadigde vliegtuig te komen. Bij een grootscheepse reddingsactie werden - binnen vier uur tijd - negen mannen gered. Drie bemanningsleden konden echter niet tijdig een van beide 'dinghy's' bereiken en verdronken in het ijskoude water. Dat kwam onder meer doordat een van deze reddingsvlotjes al direct los van de vliegtuigwrak was komen te liggen. Co-piloot Martin Vos was - zonder waterdicht pak - van het vliegtuigdak in de huizenhoge golven gevallen en had geprobeerd zwemmend de andere dinghy te bereiken. De commandant besloot evenwel de verbindingslijn te kappen omdat het vlot dreigde stuk te slaan tegen de gescheurde romp van het vliegtuig. (De Gooi- en Eemlander)


Eibert L. Zijlstra (17) en Nick Ebbelink (16)

Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in brons
25 mei 2005
Burgum
Eibert en Nick hebben op 3 juli 2004 zonder ook maar één moment aan hun eigen veiligheid te denken, een volwassene (mevrouw Jonkman uit Drachten), haar twee kinderen en hun hond gered van de verdrinkingsdood. De moeder en haar zoons werden verrast door slechte weersomstandigheden op het Bergumermeer. De boot waarin zij zaten, maakte water en dreigde te zinken. Eibert en Nick zagen vanaf de wal wat er gebeurde en sprongen in hun rubberboot met buitenboordmotor om hulp te bieden. De omstandigheden waarin mevrouw Jonkman en haar kinderen verkeerden, waren uiterst precair. De drenkelingen waren in paniek en zodanig uitgeput dat zij bijna niet meer in staat waren hun hoofd boven water te houden. Zonder hulp van buitenaf zou voor hun leven moeten worden gevreesd. Toen Eibert en Nick met hun rubberboot arriveerden, was de boot van de familie Jonkman al volledig onder water verdwenen. Door het moedige optreden van de beide jongens is een tragische ramp voorkomen. Burgemeester Gerrit Jan Polderman van de gemeente Tytsjerksteradiel heeft hen het versiersel, behorend bij de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon, opgespeld. (Nieuwsbank)

A.J. Seebregts

Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver
24 februari 2005
Rotterdam
De heer Seebregts ontvangt deze zilveren penning, omdat hij een 18 jarig meisje van een wissen verdrinkingsdood heeft gered. De onderscheiding van de Stichting Maatschappij tot Redding van drenkelingen wordt zelden overhandigd. Op een na zomerse morgen, september 2004, fietste de heer Seebregts over de Erasmusbrug op weg naar zijn werk in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein. Bij de brug aangekomen zag hij enkele mensen langs de kade staan, die schreeuwden dat er iemand in het water lag. Terwijl anderen toekeken aarzelde Seebregts geen moment, nadat hij zijn fiets aan de kant had gezet, om de vrouw achterna te springen. Daarna heeft hij het slachtoffer zwemmend boven water gehouden om hulp van de politie af te wachten. Bij aankomst van de politie kregen zij twee reddingsvesten toegeworpen. Eerst hielp Seebregts het slachtoffer en daarna deed hij zelf een reddingsvest aan. Ten slotte hielp hij eerst het slachtoffer aan boord van een te hulp geschoten boot, waarna hij zelf aan boord gehesen kon worden. Aan de oevers van de Maas bevinden zich geen steigers en trappen. En vanwege de stand van het water, hadden de kade muren een hoog van drie meter. Met gevaar voor eigen leven en zonder enige bedenkingen heeft de heer Seebregts deze actie ondernomen. En het leven gered van een 18 jarige vrouw. Burgemeester Opstelten heeft op donderdag 24 februari om 9.00 uur in zijn kamer op het stadhuis aan de heer A.J. Seebregts de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon uitgereikt. (Nieuwsbank)

Ton Haasnoot en Rob de Boer
Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver
April 2004
Op 4 september 2001 sloeg tijdens stormweer het Duitse jacht 'Manana' met drie opvarenden volledig stuk tegen de Noorderpier van IJmuiden. Haasnoot en De Boer wisten het drietal uit de metershoge golven van de verdrinkingsdood te redden. Alle betrokkenen werden daarvoor reeds in 2001 door de KNRM onderscheiden. (KNRM)

Luba Fredrick ('De Engel van Bergen Belsen')

Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver
April 1995
Miami
Het vergde meer dan moed om in een vernietigingskamp tientallen kinderen te proberen te redden, maar de Poolse verpleegster Luba Fredrick was na het verlies van haar kind nergens meer bang voor. Luba kwam uit Auschwitz weg dank zij bluf: ze wist de Duitsers wijs te maken dat ze geen joodse was, maar een Russische.In Bergen Belsen werd ze tewerkgesteld als verpleegster. Het gehuil dat ze op een nacht hoorde bleek afkomstig van een groep kinderen die door een vrachtwagenchauffeur als een berg afval achter de barakken waren gekieperd. Luba ging op het lawaai af. “Wat gaat er met hen gebeuren?”, vroeg ze de chauffeur. “Dat kan me niet schelen. Het zijn joden. Ze gaan toch dood”, was zijn antwoord. Klein maar dapper was 'zuster Luba', ze durfde het zelfs aan om tegen de wrede kampcommandant Joseph Kramer uit te vallen als een furie wanneer het om 'haar' kinderen ging. Luba had zoveel lef dat Kramer, perplex, haar uiteindelijk de vijf liter melk gaf waar ze om vroeg.
Luba deed het reddingswerk niet alleen. De Tsjechische Hermina, een andere verpleegster, hielp haar. Hermina overleed twee jaar geleden. Samen redden de vrouwen niet alleen de Nederlandse kinderen, maar ook een groep van dertig Oosteuropese kinderen. Eten was er niet voor de kinderen, ruimte evenmin. Ze hoorden er niet te zijn. Luba en Hermina ritselden karige rantsoenen en gaven de kinderen 's nachts, in groepen van twintig tegelijk, te eten. Broodmager en doodziek waren de kinderen, maar op twee na overleefden ze allemaal. Van de 54 geredde kinderen van toen zijn er 26 met hun families naar Amsterdam gekomen, uit alle delen van de wereld, want de kinderen van toen wonen tegenwoordig in Israël, de Verenigde Staten, Australië, Engeland, Brazilië, Ierland, Zuid-Afrika. Sommigen hebben Luba na de oorlog al eens eerder ontmoet, voor velen is het de eerste keer.
Luba Fredrick zelf is overgekomen uit Miami, Florida, waar ze zich na de oorlog vestigde met haar tweede man, die net als zij in de concentratiekampen al zijn familie verloor. De Poolse Luba, zelf ook joods, was 25 toen ze werd bevrijd, een jonge vrouw nog. De Engel stráált. “Het is zo fijn dat mijn kinderen zich mij nog herinneren. Het doet me heel erg veel om te zien en te horen dat iedereen zo dankbaar is voor wat ik heb gedaan”, zegt ze, nadat loco-burgemeester Edgar Peer haar de zilveren erepenning heeft opgespeld en haar heeft geroemd voor haar uitzonderlijke moed. De hoge onderscheiding wordt slechts bij uitzondering uitgereikt, maar zij verdient hem.
Luba blikt de zaal nog eens rond. “Ik verloor in de oorlog zelf mijn kind en mijn man. In Auschwitz namen ze mijn zoontje Isaac van me af. Hij was drie jaar oud toen hij werd vergast. Ik huilde dag en nacht. Waarom liet God dit gebeuren? Ik kon geen antwoorden vinden, tot ik in Bergen Belsen op een nacht het huilen hoorde van kinderen. Ik vond weer een doel. God heeft mij gered om de kinderen van andere moeders te redden.” (Trouw)

Willem Symor (Pa Sem)
Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver
1994
Amsterdam/Suriname
Het vuur was overal, die avond van 4 oktober 1992, waarop een Boeing van El Al zich in de Bijlmerflat boorde. Willem Symor, zoals Pa Sem officieel heette, had zojuist de kinderen die in buurthuis het Groentje aan het spelen waren veilig naar buiten geleid. Toen trok een meisje aan zijn mouw: ‘Reinaldo is nog binnen.’ Pa Sem nam het cruciale besluit uit zijn leven: hij ging terug. Het jongetje kon worden gered, maar zelf raakte hij ernstig gewond. Pas twee weken later ontwaakte hij uit zijn coma. Dankzij zijn reddingsactie groeide Pa Sem uit tot een symbool van heldenmoed. Hij werd in 1994 gehuldigd met een eremedaille van de stad Amsterdam en met de zilveren erepenning voor menslievend hulpbetoon van de Staat der Nederlanden. ‘Pa Sem draagt het devies van onze stad in zich: heldhaftig, vastberaden en barmhartig’, sprak toenmalig burgemeester Ed van Thijn bij die gelegenheid. ‘Pa Sem is een man zonder kapsones.’ De Surinamer Willem Symor kwam in de jaren zestig met een toneelgroep naar Nederland. Op het moment van de Bijlmerramp zat hij in de WAO, maar omdat hij zich nuttig wilde maken werkte hij als vrijwilliger in buurtcentrum Het Groentje. In 1995 ging hij terug naar Suriname. Na de ramp werd zijn leven nooit meer hetzelfde: zijn armen, benen en gezicht waren verminkt en zijn handen kon hij nauwelijks bewegen. Toch heeft hij nooit spijt gehad, vertelde hij later: ‘Stel dat ik niet terug was gegaan, hoe had ik daarmee kunnen leven? Dan was ik er nu nog slechter aan toe geweest.’

 
Joomla 1.5 Templates by JoomlaShine.com