ECONOMIE OP JAARTAL
Jaar 1815 t/m 1995 Erik Johann Schwarze Officier in de Orde van Oranje-Nassau. 1995 Zaandam Schwarze was langer kandidaat-notaris dan notaris. In 1975 werd Schwarze notaris in zijn eigen kantoor, waar hij toen al 22 jaar werkte als kandidaat bij notaris Van Holk. Twintig jaar later gaf hij het stokje door aan Hofman. Bij zijn afscheid in 1995 kreeg jij het lintje opgespeld, niet om zijn werk als notaris, maar vooral om zijn vrijwillige werk voor de Hulpbank Zaandam, Bibliotheek Zaanstad, Rotary, Kamer van Koophandel, Vrienden van de Held Jozua en tenslotte de beroepsvereniging Koninklijke Notariële Broederschap. (Noordhollands Dagblad) Johan Korthals Altes Ridder in de Orde van Oranje-Nassau Oktober 1991 Amersfoort Johan Korthals Altes was de laatste directeur van bierbrouwerij Phoenix. Zijn vader Jan Philip Korthals Altes, was de zoon van een Amsterdamse graanhandelaar en kreeg begin vorige eeuw de leiding over Phoenix, de opvolger van de Beierse Brouwerij, die in 1890 failliet was gegaan. Na het behalen van zijn hbs-diploma wilde Johan dolgraag de export leiden, maar zijn vader achtte het verstandiger eerst een opleiding te volgen. Dat werd een studie civiele techniek, in Delft. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werd Johan alsnog de kans gegund de export weer op gang te brengen. Door de pensionering van de exportmanager en de plotselinge dood van zijn vader kwam hij daar al gauw alleen voor te staan. Ruim tien jaar reisde Johan voor Phoenix de wereld over. Toen het bedrijf in 1960 fuseerde met een aantal andere brouwerijen, waaronder Oranjeboom, kreeg hij de winkelverkoop onder zijn hoede. Om uit de rode cijfers te raken, benaderde Johan Albert Heijn. Een gouden greep, want bier ontbrak nog in het assortiment van de grootgrutter. Helaas groeide de naamsbekendheid van Phoenix er niet door; de flesjes droegen namelijk het vignet van AH. In 1967 werd het Engelse Allied Breweries de nieuwe eigenaar. Dat streefde naar concentratie en stootte eind jaren zestig kleine brouwerijen af, het begin van het eind voor Phoenix. De brouwerij aan het Smallepad maakte in 1971 plaats voor een kantorencomplex, dat als eerbetoon aan de voormalige bedrijvigheid aldaar de naam Phoenix kreeg. Johan was zes jaar eerder in dienst getreden bij limonadefabriek Vrumona, een dochteronderneming van Heineken. Bij dat concern bleef hij werken tot aan zijn pensionering in 1981. Hij bekleedde tal van nevenfuncties, onder meer als voorzitter van de Amersfoortse VVV en van tennisclub Alta. Het bloed kroop waar het niet gaan kon. In 1989 was Johan, samen met broer Marinus, betrokken bij de oprichting van De Drie Ringen aan het Kleine Spui. (AD/Amersfoortse Courant) Herman van Ark Ridder in de orde van Oranje-Nassau 1989 Heerde Herman van Ark startte in 1951 in een commerciële functie bij Arks Bakkerijen BV, een familiebedrijf dat door drie broers uit de vorige generatie Van Ark is opgezet. De fabrieksmatige beschuitbakkerij startte in de jaren twintig, oorspronkelijk midden in het Heerder dorp, waar nu bakkerij Kamphorst is gevestigd. Begin dertiger jaren verhuisde het bedrijf naar de huidige locatie in het markante pand aan de Zwolseweg in Heerde. Het assortiment werd er later uitgebreid met ontbijtkoek en koekjes. In 1975 werd het bedrijf onderdeel van het Bolletje-concern. Vanaf de jaren zestig werd Van Ark commercieel en weer later algemeen directeur van Arks. Tot zijn 72ste was hij commissaris van Bolletje. Verder was Van Ark bestuurslid van Verbisko, de landelijke brancheorganisatie voor beschuit, ontbijtkoek en koekjesfabrikanten. Hij leidde in die tijd de CAO-onderhandelingen met werknemersorganisaties. Voorts was hij voorzitter van de stichting Studiecentrum Zoetwaren. In de jaren tachtig en negentig was hij vele jaren voorzitter van de Raad van Toezicht van de Rabobank Heerde. Daarnaast was hij voorzitter van de Jan Nienhuisvereniging, die onder zijn leiding is omgevormd tot een op moderne leest geschoeide vereniging, die subsidies verstrekt aan plaatselijke verenigingen en stichtingen. Als voorzitter van de plaatselijke scoutingorganisatie realiseerde hij de eerste clubhuizen aan de Kooiweg. (De Stentor)
Robertus Hazelhoff
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, maart 1986
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, april 1994
Hazelhoff behoorde tot het nieuwe type bankier dat rond 1990 de plaats ging innemen van de tot dan toe wat statige bankbestuurders. Met de levensgenieter Hazelhoff kreeg ABN Amro een menselijk gezicht. Hazelhoff werkte zijn hele leven bij ABN Amro en de voorgangers van de fusiebank. Hij was bestuursvoorzitter van de ABN Bank, toen deze begin jaren negentig samenging met de Amro Bank. Na zijn pensionering in 1994 bleef hij tot 2001 commissaris. Zijn banden met het Nederlandse bedrijfsleven uitten zich in een lange rij van commissariaten bij concerns met vaak klinkende namen, zoals Koninklijke Bijenkorf Beheer, Nedlloyd, Hoogovens, Heineken en het Duitse Hoechst. Zijn belangstelling was echter veel breder. Vooral de gezondheidszorg ging hem zeer aan het hart. Zo was hij als bestuurslid betrokken bij de Stichting Sanguin Bloedvoorziening, de Londsteiner Stichting voor Bloedtransfusieresearch, het Nederlands Kankerinstituut en het pensioenfonds voor de zorg PGGM.
Ook was hij Commandeur in de Orde van Verdienste van het Groothertogdom Luxemburg.
(de Volkskrant/(beursduivel)
Daan Dura
Officier in de Orde van Oranje-Nassau
1980
Rotterdam
Bouwpatriarch Daan Dura ging als jonge jongen en lid van 4e generatie Dura meteen het familiebedrijf in. Dit bouwbedrijf Dura Vermeer behoort met een omzet van euro 1,1 mrd tot de top tien van Nederlandse bouwers. Na de oorlog leidden de familiebelangen hem naar de bouw-HTS in Utrecht. Om geld te verdienen werkte hij in zijn vrije tijd mee aan de bouw van de Lijnbaan, die het gebombardeerde stadshart van Rotterdam vorm moest geven. Om de tijdens zijn HTS-studie verkregen scholing te complementeren met praktijkkennis krijgt de aannemerszoon de taak zich toe te leggen op de nieuwe buitenlandse activiteiten van het Rotterdamse bedrijf. Het was begin jaren vijftig, toen er een grote angst voor de Russen heerste. Dura: 'Heel Scheveningen lag vol met vluchtboten van ondernemers. Veel bedrijven keken dus naar uitbreiding van de activiteiten in het buitenland.' De ondernemingen in het buitenland groeiden en floreerden maar de plicht op het thuishonk riep. Daan Dura werd door zijn vader teruggehaald. Hij mocht in Delft studeren. 'Ingenieur worden, die kans had nog niemand in de familie gekregen. Alleen had ik niets met de technische tekeningen. Ik ben dus een keer wezen kijken maar heb toen laten weten iets anders in het bedrijf te willen doen.' Het werd een functie bij dochterbedrijf Coignet, dat werkte met een revolutionair betonnen systeembouw, het zogeheten grote-elementensysteem. 'Logistiek is er van essentieel belang. Daar was ik helemaal op de plaats. Dingen van afstand sturen, daar ben ik goed in.' Die ontdekking leidt er tijdens de jaren zeventig toe dat Daan Dura afstand neemt van het Nederlandse bouwbedrijf. Hij richt zich op de buitenlandse activiteiten en het onderhouden van, voor de onderneming, belangrijke sociale netwerken. Hij geeft zijn directiezetel op om verder te gaan als gedelegeerd commissaris. 'Het gaf mij trouwens de ruimte om me met andere, meer sociale zaken bezig te houden. Daar heeft het bedrijf ook profijt van gehad. Als ik bijvoorbeeld druk was met de paardensport, bij bijvoorbeeld het CHIO in Rotterdam, kwam ik uiteindelijk altijd met orders terug.' Hij heeft meerdere stichtingen opgericht, waaronder stichting Job Dura Fonds en Dura Kunst Fonds, om goede doelen in de stad financieel te steunen. 'Hier liggen toch mijn wortels. Wij waren niet zo groot geweest als we niet toevallig in een stad gevestigd waren geweest die in de oorlog is platgegooid. En we moeten ook niet vergeten dat de gemeente ons in die jaren daarna ook mooie opdrachten heeft gegund. Als je ontvangt, moet je ook kunnen geven. Zo simpel is dat.' (Het Financieele Dagblad)
|